Kudde, leiderschap en grenzen

 

De kudde wordt geleid door de leidende alfa merrie en de drijvende hengst. De hengst drijft de kudde van achter op en zorgt dat de groep bij elkaar blijft. Als sterkste is hij degene die zal vechten als het nodig is. Hij is dan ook niet de leider, als hij gewond zou raken zou er immers geen leider meer zijn. De kudde wordt geleid door de alfa merrie. De alfa merrie is de wijste van de kudde en vaak ook de oudste. Ze is niet de leider omdat ze het sterkste of het meeste dominant is, maar omdat ze het beste in staat is om de kudde te leiden. Ze wordt als het ware uitgekozen door de andere paarden. Zij is degene die weet wat de beste plekken zijn om te eten en te drinken, wanneer er reden is om te vluchten voor gevaar. Ze is zelfverzekerd en leid de weg. We noemen dit passief leiderschap omdat het paard het leiderschap heeft gekregen in tegenstelling tot gewonnen zoals bij actief leiderschap. Als jij de leider van je paard wil zijn moet je worden zoals de alfa merrie. Je moet zorgen voor eten, drinken en veiligheid. Je moet zelfverzekerd zijn en zorgen dat je paard zich veilig bij jou voelt en je graag wil volgen. Je moet kracht en rust uitstralen. Paarden kunnen je gedachten en gevoelens lezen, als jij twijfelt of je paard je zal volgen weet je paard dat. Door je twijfels kom je niet meer zelfverzekerd over. Ook moet je verbinding met je paard kunnen maken en hem respectvol behandelen. In de kudde vechten alleen de paarden die onderaan in rangorde staan. Agressiviteit is dus een teken dat iemand laag in rangorde staat en niet van leiderschap. De alfa merrie zal een ander paard nooit zomaar pijn doen. Ze los wel ruzies op door waarschuwingen te geven maar zal nooit meteen aanvallen. Dit waarschuwen wordt gedaan door eerst boos te kijken en eventueel een keer in de lucht te happen. Reageert een paard hier ook niet op, dan pas wordt er echt gebeten of gedreigd met trappen. Paarden tonen elkaar respect door elkaars ruimte te respecteren. Iedereen heeft een energieveld om zich heen, deze bestaat uit meerdere lagen. De eerste laag, wat we ook vaak onze aura noemen, is ongeveer zo groot als je armen wijd zijn. Je kunt deze ruimte zelf kleiner en groter maken. Een paard van een lagere rangorde mag nooit zomaar de ruimte van een paard met een grotere rangorde binnengaan, zonder toestemming. Als leider van je paard mag jou paard dus niet zomaar jouw ruimte binnengaan. Als hij dat wel doet kan je hem zachtjes terechtwijzen en vertellen dat dit jouw ruimte is. Andersom dien je als leider het goede voorbeeld te geven. Betreed de ruimte van een paard altijd respectvol. Als een paard onrustig wordt als je te veel in zijn ruimte komt, doe dan een stapje terug. En probeer het nog eens als het paard rustiger is. Het paard zal je respect waarderen. Wees je er ook bewust van hoe groot jou eigen ruimte eigenlijk is. Als je paard vaak jou ruimte binnenkomt, probeer je ruimte dan bewust groter maken. Je paard reageert op deze subtiele energieverschuiving.